Na het zien van een film heb ik de neiging om deze te vergelijken met alle films die ik eerder zag. Als mijn waardering groot is, bewaar ik hem in mijn denkbeeldige top 10.
Dit geldt ook voor de beelden die ik zie, de romans en gedichten die ik lees, de gerechten die ik proef.
Je zou kunnen zeggen dat ik ben wat ik zie, hoor, ruik, voel en proef...
Ik ben beschreven zoals een boom zich vertakt.
Zonder het ene boek gelezen te hebben, zou ik de andere film heel anders bekijken of misschien niet eens zien. Een krantenbericht, een gesprek kan mijn blik op de wereld veranderen.
De context bepaalt de herinnering.
Maar wat het meest aan het denken zet zijn de beelden, de woorden die ik meen te herkennen. De fotografie bijvoorbeeld zou de waarheid laten zien. Een uitsnede uit de werkelijkheid. Maar de fotografie wekt vaak slechts de suggestie van de werkelijkheid.
De sterkste beelden zijn die, die verwarring zaaien, ontregelen of juist geen enkele twijfel laten bestaan.
Gedichten over poëzie raken het dichtst aan de werkelijkheid maar spelen er tegelijkertijd het meest mee.
Hoe beter ik weet dat er met mijn waarneming gespeeld wordt, hoe meer ik met mij laat spelen.